|
Tijdens de Dakar Rally 2011 verzorgt Mirjam Pol, de winnares van 2009, een dagboek vanuit Zuid-Amerika. Hieronder aflevering 2:
‘Het viel maandag in de etappe tussen Córdoba en San Miguel de Tucumán ontzettend tegen. Zo zijn er twee wedstrijddagen achter elkaar voor me verpest. Toen ik de uitslag zag en hoeveel tijd ik moest toegeven, baalde ik als een stekker. Want ik was eigenlijk hartstikke positief over m’n rijden. Nee, ik weet niet hoeveel achter sta op koploopster Laia Sanz. Drie kwartier? Nou, als er niets met Sanz gebeurt, dan valt ze nu al niet meer in te halen.
Hartstikke balen. En dat terwijl ik tot aan de tankstop heel goed reed, veel beter dan de dag ervoor. Ik vertrok zo ongeveer als zeventigste en had tot aan dat punt al dertig plaatsen goedgemaakt. Kon snelheid maken. Boven op de bergen zag ik de rijders in de verte voor me, zo kon ik al ver van te voren zien dat ze over een recht pad gingen en viel in te schatten dat ik in het stof naar beneden rustig snelheid kon maken om ze in te halen. Ja, echt tactisch rijden. Alleen kostte ’t me moeite een quad te passeren, maar dat lukte uiteindelijk. Maar ik was niet de enige die daar last van had. Een aantal anderen was er op de tussenstop knap chagrijnig van. Die quads rijden dezelfde route als de motoren. We wisten overigens allemaal wel de oplossing: een soortgelijk waarschuwingssysteem als bij de auto’s. Dan kun je signalen geven wanneer je zo iemand wilt inhalen.
Na de tankstop kwam ik uitgerekend achter drie van die quads te zitten. Ik zag ’t meteen na het vertrek daar: er zitten drie quads voor me, die kom ik zo tegen en dan kan ik ’t wel vergeten. Je moet in de versnelling terug en je kunt dan geen tempo meer maken. Die quads kom je op de smalle gravelpaden door de bergen niet voorbij omdat ze ontzettend veel stof opwerpen. Ik heb er wel 25 kilometer achter gezeten en dat kost heel veel tijd. Degenen die ik in het eerste deel van de etappe had ingehaald, kwamen weer dichterbij. Alle moeite voor niks gedaan, dat steekt me achteraf enorm.
De Zweedse Annie Seel mocht veel eerder dan mij starten en is me nu gepasseerd in het klassement. Ze staat tweede. Seel heeft ’t op een dealtje met de organisatie gegooid, omdat ze maandag zoveel pech heeft gehad. Die had dus maandag geen hinder van de quads, kon voorin beginnen bij de juiste club en flink opschieten maken. Terwijl ze, gezien haar klassering, in mijn buurt ergens meer achterin had moeten beginnen. Zo krijg je geen eerlijke strijd, maar ja, dat is ook Dakar dus. Ik hoor echt niet zover achterin te rijden, dat is niet mijn plaats.
Ik vrees dat dinsdag weer hetzelfde gaat gebeuren als maandag, want het gaan over een veel droger terrein richting San Salvador de Jujuy met veel rivierbeddingen en gravel. Dat geeft nog meer stof. En ik moet weer achterin beginnen, dan je kunt ’t wel raden.’ |